?>

Australia 2.0 PT7

In 2014 ging ik al reizend met mijn backpack, Australie ontdekken. Hoewel ik al eerder een jaar door dit land had gereisd, was de nood hoog voor mij om weer terug te gaan. In dit dagboek vertel ik je over het tweede deel van mijn trip naar Fraser Island.

Onze laatste dag op Fraser Island werden we geheel in stijl wakker gemaakt door Luke. Om half zeven liep hij vrolijk te zingen, inclusief pannendeksel. Dit werd niet door iedereen gewaardeerd en hoewel ik ook liever nog wat uurtjes had willen slapen, kon ik er wel om lachen. Langzaamaan begonnen de mensen op te staan. Vermoeid, brak en duidelijk moeite met zichzelf. Ik was eerst toe aan een frisse douche. Nu denk je vast: een douche!? Dat is lekker luxueus kamperen.. Nou, de douche was gewoon een straal koud water wat weggevoerd werd door een groot gat in de bodem. Luxueus is zeker niet het woord wat ik hierbij in gedachten had. Na de douche ben ik met een paar kids van onze groep begonnen aan het ontbijt. Een aantal mensen lagen nog te genieten in hun tentje van hun laatste minuten slaap. Na het ontbijt begon ik me wel weer redelijk fit en wakker te voelen: tijd om op te ruimen dus. De tenten werden leeggehaald, spullen verzameld en klaargemaakt voor vertrek, deze keer zouden we alleen niet meer terugkeren.

We namen afscheid van de kampleden en toen gingen we op weg. Gelukkig stonden er nog een aantal gave dingen op het programma voordat we terugkeerden naar het vaste land. Na een crossritje over het strand parkeerden we onze auto’s op het strand om naar het Great Sandy National Park te gaan, naar Lake Wabby. De tocht naar dit meer duurde zo’n 45 minuten en we moesten alleen maar door zacht zand lopen. Het pad ging vrijwel continu omhoog, omlaag en nog verder omhoog. Met deze warmte was het niet echt een fijne tocht. We waren blij toen we aankwamen bij Lake Wabby. Het pad eindigt bij een grote zandvlakte, the Hammerstone Sandblow. Ik dacht even dat ik in een woestijn terecht was gekomen. Best bijzonder, zo’n grote zandmassa in deze bosrijke omgeving.

Gelukkig was Lake Wabby al in zicht. Dus we moesten nog even verder waggelen door het zand en na een paar honderd meter kwamen we aan bij het meer. Doordat Lake Wabby grenst aan deze gigantische zandduin kan je perfect van deze duin afrollen, zo naar beneden, zo het meer in. Dit gebeurde ook. Sommigen werden duizelig, sommigen waren niet zo slim en begonnen te praten of lachen tijdens het rollen wat zorgde voor een lekkere zandhap. Het meer is zo’n 12 meter diep en hiermee het diepste meer op het eiland. Lake Wabby noemen ze een barrage lake. Een barrière zorgt ervoor dat het water uit een natuurlijke bron niet weg kan en een meer vormt. In dit geval zorgt de zandverstuiving ervoor dat het water niet weg kan stromen. Door dit zand wordt het meer dus ook steeds kleiner. Uiteindelijk zal het meer dus vergaan onder het zand en niet meer bestaan.

Na een duik (voor sommigen) en te hebben genoten van de omgeving, moesten we beginnen aan onze weg terug. Één voordeel was dat we nu voornamelijk bergafwaarts liepen. Eenmaal beneden zaten onze gidsen ons al op te wachten en was het tijd om naar de andere kant van het strand te gaan, op naar Indian Head. Dit is een kaap op het meest oosterlijke punt van het eiland. De kaap is benoemd door Captain Cook. Toen hij voorbij voer met zijn schip zag hij op de kaap Aboriginals bij elkaar komen. Vandaar de benaming Indian Head (in die tijd noemden ze bijna alle inheemse bevolkingen indianen). Op deze kaap heb je een prachtig uitzicht over de oceaan en het eiland. Ook wij hebben Indian Head beklommen en genoten van het uitzicht. Vanaf hier kun je perfect de oceaan observeren. wij zagen roggen, vissen, dolfijnen en zelfs weer walvissen. Het was een prachtig uitzicht en je kon uitkijken over het hele strand. Na de omgeving goed in me opgenomen te hebben en de oceaan te hebben geobserveerd, werden we verzocht om weer naar beneden te komen.

Tijd om aan onze weg terug naar de veerboot te beginnen. De laatste stop was voor onze laatste gezamenlijke lunch. Al het overgebleven eten en drinken werd opgemaakt. De eski’s werden geleegd en toen was het dus echt tijd om terug naar ‘huis’ te gaan. Het laatste stukje strand werd bereden. Toen wij het strand wilden verlaten, kregen we één klein probleempje. Luke kwam met zijn auto vast te zitten, hij kwam niet met de auto over de duinhelling heen. Na twee pogingen stond hij vast in het zand. Via de radio werd de tweede auto geïnstrueerd om langs Luke te rijden om hem vervolgens eruit te trekken. Doordat het zand veeel te zacht was, kwam ook de tweede auto vast te zitten. Na een tijdje waren wij maar uit de auto gestapt om te kijken wat er nu ging gebeuren. Luke zei dat we wel mochten beginnen met graven, zand voor en achter de wielen weghalen. Inmiddels waren er al meerdere auto’s aangekomen, ook van de andere kant. Iedereen was in staat om te helpen. Dat is wat ik zo fantastisch vind aan dit land. Mensen zijn zo aardig en (bijna) altijd bereid om een ander te helpen, ook al zijn dit vreemdelingen. De twee vastzittende auto’s werden gekoppeld aan een Jeep, die moest de vastzittende auto’s eruit gaan trekken. Na veel mislukte pogingen lukte dit eindelijk. YAY! Maar nu moesten de andere twee auto’s nog over die helling heen, inclusief wij met onze auto. Luke zei dat we ver achteruit moesten rijden, zodat we veel vaart konden maken op het natte gedeelte van het strand, waar het zand dus niet zo zacht was. Vervolgens in volle vaart het zachte zand in en die helling op, en het liefst ook nog gelijk over! Vicky zat achter het stuur en trapte keihard het gas in met enige nervositeit. En jawel, na een bumpy ride kwamen wij in één keer over de helling! Wederom YAY! Ook de vierde auto kwam over de helling en toen konden we weer op weg, na zo’n anderhalf uur vertraging. Via een inlandse grindweg, gingen we naar de veerboot. Je zag niets door de stof en we waren nog geen vijf minuten aan het rijden, toen we weer moesten stoppen. De deur van de trailer achter Luke’s auto was eraf gevlogen! Gelukkig reden we niet te dicht achter elkaar. Stel je voor dat die deur tegen de voorruit van auto nummer twee was gekomen! De rest van de rit was gelukkig zonder gekke dingen. Op de veerboot terug blikten we terug op een fantastische drie dagen Fraser Island.

Eenmaal terug bij de hostels moesten we natuurlijk nog wel de auto’s schoonmaken. Hoppa, de borstels werden uit de schuur gehaald en aan het werk! Wat een zand zeg…. Na het schoonmaken moesten we afscheid nemen van elkaar. Een aantal mensen van de groep ging gelijk die avond de bus pakken naar de volgende bestemming. Mijn bus vertrok de volgende ochtend. Digby en Julie namen ook dezelfde bus, dus dat was leuk.

Die avond ben ik met Esther, DIgby en nog wat lui van de tour, gaan eten bij het hostel. Één van de tourgidsen verzorgde die avond de live- muziek. Na het eten en wat dansjes, gingen we naar bed. Hopelijk konden we een beetje bijkomen van deze drie energieslopende, maar erg gave dagen!

De volgende ochtend heb ik afscheid genomen van Esther, die al een bus eerder zou vertrekken naar Nimbin, een bestemming die ik oversloeg. Ik wachtte met Julie en Digby voor onze bus naar de bestemming waar ik zo naar had uitgekeken: Airlie Beach. Tijdens mijn vorige reis heb ik hier een aantal maanden gewoond, en wat een fantastische tijd had ik daar gehad. Hopelijk dacht ik er deze keer weer zo over… we zullen het zien!

♥ Janet 

Klik hier om mijn vorige traveldiary te lezen.

17 thoughts on “Australia 2.0 PT7

  1. Wauw!! Prachtige foto’s en wat een avontuur. Stiekem ben ik een beetje jaloers. Had graag meer willen reizen. Misschien in de toekomst, als de kids groot zijn☺️

  2. Oooh, ondanks de misérie lijkt het me toch een suuuuper reis.
    Hier staat Australië echt op mijn bucketlist, maar je moet de tijd nemen om het land te bezoeken. Minstens 3 weken, zou ik denken?

    1. Aangezien je al zo’n 1.5-2 dagen onderweg bent om er te komen, zou het zonde zijn als je maar voor zo een korte tijd heen gaat. Drie weken moet kunnen, maar ik zou de trip zeker een aantal weken langer maken als dat kan.

  3. Super, ik ben na een jaar Australië een aantal jaren later ook weer terug gegaan. Echter op Fraser Island ben ik nooit geweest. Wat een stunt met de auto zeg, pfff. Ik ben benieuwd naar de rest van je verhalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge