?>

Australia 2.0 PT6

In het vorige reisverslag vertelde ik over de eerste dag van mijn trip naar Fraser Island. Tot op heden één van de vetste trips die ik heb mogen maken. Vandaag vertel ik verder over deze trip. Dag twee op Fraser Island…

De volgende dag werden we veel te vroeg gewekt. Er stonden allemaal leuke dingen op het programma, maar niemand stond er op dit moment echt op te wachten. Liever nog een uurtje slapen. Met een ietwat brak gevoel moest ik aan het ontbijt beginnen. Roergebakken eieren met toast stond op het menu, niet slecht! Nadat iedereen een poging had gedaan om wakker te worden en een frisse douche te nemen, moesten we ons klaar maken voor vertrek. Al onze tassen moesten versleept worden, Ipod uit de auto en alles proppen in onze nieuwe auto. Vanaf nu mochten wij ook gaan rijden. En jawel, ik mocht als eerste mijn kunsten vertonen!

Één voordeel: onze auto was een automaat. De rest van de auto’s was allemaal handgeschakeld, dit maakt het rijden door het zand moeilijker. Toen we bij het strand kwamen was ik toch wel een beetje zenuwachtig. Stel je voor dat ik gelijk vast kwam te zitten in het zand.. Dat zou toch echt wel een dikke blunder zijn! ‘Ooo god, wat had Luke ons ook alweer verteld?!’ In het zachte zand goed het gaspedaal intrappen en vooral NIET teveel sturen. De auto volgt automatisch het spoor waar hij in rijdt. Ik trek natuurlijk gelijk in de eerste bocht enthousiast aan het stuur, waarna we direct in de berm belanden. En we waren nog niet eens op het strand! Het paaltje kon ik gelukkig nog net ontwijken. Gelukkig zag Luke dit niet en ging ik snel weer verder.. het strand op. Hier had ik de smaak lekker te pakken. Zoveel mogelijk in sporen gaan rijden die al in het zand staan, de zee ontwijken, gas op die lolly en gaan! Alles verliep prima.

Na een tijdje kwamen we aan bij onze eerste stop: Eli Creek. Volgens Luke was dit de beste hangover cure, maar ik was nog niet echt in de stemming om op de vroege ochtend te gaan zwemmen in ijskoud water. Maaaaar, we zijn hier maar één keer en ik ben de beroerdste niet, dus daar gingen we! We liepen met z’n allen naar de andere kant van de beek. Vanaf een platform kon je het water in springen, waarna de stroming je meetrok naar het begin van de beek. Of naar het einde van de beek, het is maar hoe je het bekijkt. Het water was ondiep, dus je kon staan in het water. Het was de bedoeling dat je ging liggen in het water, op je buik en je liet meesleuren door de stroming. Erg gaaf. Na zo’n 15 minuten eindigde je aan de andere kant van de beek. Hier kon je het strand oplopen, of nog een keer de beek ‘afzwemmen’. Why not? Luke had gelijk: dit was zeker een goede hangover cure. Na dit twee keer gedaan te hebben vonden we het wel genoeg. De volleybalnetten werden opgezet, de voetballen werden uit de auto gehaald, de muziek werd hard aangezet en het was tijd om te relaxen. Het was puur genieten: heerlijk strandweer, leuke mensen, iedereen was vrolijk en iedereen had een leuke tijd. Daar gaat het toch om. Na een paar uurtjes was het tijd om weer verder te crossen, om vervolgens een plekje te zoeken voor de lunch.

Na de zelfgemaakte wraps was het tijd voor de volgende stop: the Maheno. Dit is het meest beroemde wrak op het eiland. Dit schip (of beter gezegd: wat er van over is gebleven) is lang geleden getroffen door een cycloon en gestrand op het Seventy-Five Mile Beach. Dit wrak staat in de top vijf van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden van Australië. Ook wij mochten en moesten hier natuurlijk mee op de foto! Na wat gelezen te hebben over de geschiedenis van dit wrak, wat rondgelopen te hebben en natuurlijk wat foto’s te hebben genomen was het tijd om verder te gaan. Nu sta ik op heel veel foto’s, maar allemaal op de camera’s van andere mensen. Aangezien ik zelf mijn camera niet bij me had, heb ik geen foto’s van deze plek.

Na een lange tocht kwamen we aan bij the Champagne Pools. En nee, dit zijn geen zwembaden vol met champagne. Was het maar zo! Dit zijn twee ‘pools’ grenzend aan de zee maar ze zijn hiervan afgesloten door middel van rotsen. Het zeewater klotst tegen de rotsen op, in de champagne pools. Het water wat tegen en over de rotsen klapt zorgt voor een hoop schuim, vandaar de naam ‘Champagne Pools’. Buiten de Champagne Pools mag je niet zwemmen in verband met de sterke stroming. Door de rotsen zijn deze pools niet voorzien van een stroming maar is het gewoon ‘stilstaand’ zeewater.

Na een uurtje moesten we aan de tocht terug naar de camping beginnen, voordat het donker begon te worden. Op de terugweg zijn we nog even gestopt om walvissen te spotten (dat is blijkbaar heel normaal hier 😉 ) en eenmaal terug op het kamp ging iedereen weer in de chillmodus. Een aantal groepen begonnen aan het avondeten, een aantal groepen begonnen met een borrel en een aantal wilden eerst een douche. Iedereen deed wat hij of zij graag wilde. Deze avond stond er steak op het menu. Digby wilde maar al te graag de steak bereiden, om te voorkomen dat iemand anders de steak zou verprutsen. Want een steak mag natuurlijk niet verprutst worden! Niemand mocht zich dus met de steaks bemoeien. Niet erg hoor, dan gaan wij wel zitten toekijken! Stiekem hoopte ik dat hij de steaks zou verkloten, maar helaas.. Het was prima te eten! Na het eten namen Luke en de andere staffleden namen ons mee naar het strand. Tijd voor een strandfeestje. Ze hadden één van de auto’s meegenomen voor muziek. Er was die dag ook een nieuwe groep aangekomen in het kamp, dus tijd om kennis te maken met wat nieuwe mensen. Na wat praatjes en dansjes was het alweer redelijk laat geworden en tijd om terug te gaan naar het kamp. Hier werd nog even verder gefeest, was ik verdwaald en kwam ik bij een andere feestende groep terecht. Inmiddels was de laatste dag van onze tour al ruimschoots begonnen…

♥ Janet 

Klik hier om het vorige reisverslag te lezen van deze prachtige reis.

13 thoughts on “Australia 2.0 PT6

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge