?>

Australia 2.0 PT5

Na een korte, maar mooie stop in Noosa zet ik mijn reis voort. Met de bus vertrek in naar Rainbow Beach. Mensen komen hier eigenlijk maar om één reden: Fraser Island. Rainbow Beach is namelijk de toegangspoort tot dit mooie eiland.

Eenmaal aangekomen in Rainbow Beach, werden we gelijk opgewacht door een man van Dingos, de touroperator waarmee we naar Fraser Island zouden gaan. Hij zei dat we even konden inchecken en daarna gelijk naar de briefing voor de tour moesten komen. Esther, een Duits meisje die ik in de bus had ontmoet en ik verbleven in hetzelfde hostel. Ook zij ging de volgende dag naar Fraser Island.

Na het inchecken en de spullen naar de kamers gebracht te hebben, moesten wij dus naar de briefing. Je MOET deze briefing bijgewoond hebben. Iedereen is wettelijk verplicht om aanwezig te zijn geweest bij een briefing voordat hij/zij naar Fraser Island mag. Mis je de briefing, mag je niet mee! Tijdens deze briefing, die overigens veeeel te lang was, kreeg je een film te zien over het eiland, instructies hoe te gedragen en hoe om te gaan met dit eiland. De leukste instructie was wat te doen als je een dingo (wilde hond) tegen komt: “je tepels bedekken en langzaam achteruit lopen”!

Na de film van zo’n 45 minuten, werden we in groepen verdeeld. We werden verdeeld in groepen van acht. Met deze groep zat je de hele tour opgescheept. Je zat bij elkaar in de auto en zorgde samen voor eten. Mijn groep bestond uit Fran en Vicky, twee Britse nichtjes, Digby, een Britse jongen, Julia, ook Nederlands, Julie uit Frankrijk en twee Italianen, Federico en Fabio. Eerste indrukken waren positief, zo te zien had iedereen er zin in! Na wat gekletst te hebben en naar de tourgidsen geluisterd te hebben die NOG meer informatie voor ons hadden, waren we zo’n twee uur verder. Ik zat helaas niet bij Esther in de groep, maar mijn nieuwe familie voor de komende drie dagen leek ook hartstikke leuk!

Toen de gidsen klaar waren, konden we een slaapzak en drank bestellen. Op het eiland gingen we kamperen. Dus mocht je geen slaapzak meedragen (en nee, die paste echt niet meer in mijn backpack) dan kon je er eentje huren voor 10 dollar. Viel nog mee… Ook kon je als groep je drank bestellen. Op het eiland is glas verboden, dus alles moet in blik. Gelukkig kon je bier en cider in blikjes bestellen, dus dat hadden we ook maar gelijk gedaan. Vervolgens was het tijd voor boodschappen. Hoewel de tour inclusief eten was, vonden we het toch fijn om wat snacks e.d. mee te nemen. Wie weet wat we daar voorgeschoteld krijgen?!?

Die avond hebben Esther en ik samen bij de bar van het hostel gegeten, samen met een aantal nieuwe familieleden. Nadat we wat tijd met onze nieuwe vrienden hadden doorgebracht, was het tijd om redelijk op tijd naar bed te gaan.. Want we moesten de volgende morgen echt veeel te vroeg weg! Hoe verstandig hè……

De volgende ochtend moesten we vroeg op om onze spullen te pakken en te verzamelen bij de auto’s. Je mocht allemaal maar één rugzak meenemen. Tsja, zoveel heb je ook niet nodig als je drie dagen gaat kamperen op een eiland.
Wij vertrokken met acht auto’s, in twee groepen van vier. Het gave van deze tour is dat je zelf in de auto’s rijdt. En aangezien Fraser Island het grootste zandstrand ter wereld is, betekende het dat we drie dagen lang met een dikke 4×4 (4wheeldrive) door het zand mochten crossen.
Helaas mochten wij de eerste dag niet rijden, aangezien wij in de auto zaten met de designated driver (aangewezen chauffeur). Wij hadden dus onze gids achter het stuur. Dit maakte niet uit, Luke was goed gezelschap.

Dus we gingen op weg, naar de veerboot. Na zo’n 20 minuten kwamen we aan op Fraser Island. Het mooie aan dit eiland is dat het Seventy- Five Mile Beach hier fungeert als snelweg. Hier mag je lekker scheuren met je auto! Dit moet je ook doen, want als je te zacht rijdt, kom je vast te zitten in het zand.De sfeer zat er gelijk goed in, de muziek hard aan en lekker ouwehoeren in de auto. Elke auto had ook een walkie-talkie, waarmee alle auto’s met elkaar konden communiceren. Dit gebeurde ook meer dan genoeg, er werden grappen gemaakt via de radio, we maakten elkaar belachelijk en als het moest werd de radio ook voor serieuze doeleinden gebruikt. Ook wel handig om te weten als iemand met z’n auto vast zit in het zand.

Na een lange tocht over het strand en door het regenwoud, kwamen we aan bij het meest prachtige meer wat ik ooit heb gezien: Lake McKenzie. Dit is een duinmeer, één van de 40 op het eiland. Ik heb nog nooit zo’n mooi meer gezien! De meeste meren hebben van dat vieze, donkerblauwe/groene water, maar Lake McKenzie had helderblauw water, zo mooi! Hier konden we zo’n twee uur genieten van de zon en het water. Ondertussen had onze hippie gids Luke ook gezwommen tussen het riet en de planten en kwam terug met een schildpad in zijn handen. Altijd leuk om een gids te hebben die de omgeving goed kent.

Kijk hoe helder dit water is!

Hierna gingen we terug naar het strand. Dit was een lange tocht omdat de weg nogal hobbelig en bobbelig was. Ook hadden we de eerste auto vast zitten. Toen we eenmaal weer op het strand waren konden we weer lekker scheuren. Hier en daar kwamen we wat dingo’s tegen. Hier staat Fraser Island tenslotte ook bekend om.

Na onze zelfgemaakte wraps gegeten te hebben voor lunch, gingen we weer via het Seventy- Five Mile Beach naar de camping. Hier kwamen we tegen het einde van de middag aan. De camping was gelukkig voorzien van een omheining, wat ervoor moest zorgen dat er geen dingo’s binnen het kamp kwamen. We werden verwelkomd door King, de Aboriginal die hier woont en zorg draagt voor de camping. Het was niet echt een warm welkom. Hij was erg pissig aangezien hij een pittige ochtend had gehad met schoonmaken. Een dronken druppie had namelijk die nacht een wasbak verstopt met poep…. Erg fijn! De boodschap van King was duidelijk: niet te dronken worden!

Na het welkomstpraatje konden we uitzoeken waar we gingen slapen. Alle tentjes stonden bij elkaar en we konden met z’n drieën in een tent. Vicky, Fran en ik hadden een tent uitgekozen. Het vooruitzicht was erg rooskleurig: slapen in je slaapzak, op de grond! Gelukkig lag er nog een matje onder de tent, heeerlijk! Helemaal gesetteld en hongerig, begonnen we aan ons avondeten, Aziatische stir-fry. Die avond was er niks gepland. De eski met alcohol kwam tevoorschijn, het kampvuur werd aangestoken, de muziek werd aangezet en mensen begonnen met spelletjes. Na een aantal blikjes werd het steeds gezelliger, de eerste dansjes werden gedanst en de spelletjes veranderden in drankspelletjes.

Vervolgens was het tijd om naar het strand te gaan. Dit was een paar minuten lopen. Gelukkig hadden er een aantal mensen een zaklamp mee, ook wel fijn om een beetje te kunnen zien waar je loopt. Janet had natuurlijk haar zaklamp in Nederland laten liggen. Op het strand ploften we neer in het zand en moest ik toch echt even een momentje pakken om te genieten van dit uitzicht. Wat had ik dit gemist, wat een sterrenhemel! Ik herinner me de dagen dat ik op de auto sliep tijdens onze roadtrip door de outback, puur om naar de sterren te kunnen kijken en letterlijk onder de sterren te slapen. Ook op Fraser Island was de sterrenhemel echt fantastisch!

Hoe mooi!

♥ Janet 

Klik hier om het vorige reisverslag te lezen van deze prachtige reis.

1 thought on “Australia 2.0 PT5

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge